RETOUR

Monoloog RETOUR

IMG_4012 IMG_4013

RETOUR

Komask en de perikelen van het Antwerpse Museum.

Komask ontdekte een zevental meter briefwisseling waarin de perikelen van het terughalen van de gestolen schilderijen te lezen zijn.
Op 14 september 1815 schrijft de delegatie die in Parijs verblijft een brief naar Verdussen, secretaris van de Maetschappij ter Aenmoediging van de Schone Konsten (vanaf 1817 Komask), over verschillende problemen die de leden van Komask ondervinden tijdens hun verblijf in Parijs waar zij de door de revolutionaire gardes van de Fransen gestolen kunstwerken trachten te recupereren. In deze brief schrijven ze dat zij de karren voor het vervoer op maat van de schilderijen hebben laten maken en ze eerstdaags zullen vertrekken om ze terug te brengen naar het Verenigd Koninkrijk der Nederlanden (1815-1830). Ze spreken in deze en alle andere brieven over ‘de schilderijen van Zijne Majesteit’ vermits Willem I als koning de natie sinds 1815 in zijn totaliteit bezit, bezit hij ook hetgeen voor zijn bestuursperiode geroofd werd.  Odevaer, Willem I hofschilder, handelt steeds in naam van de Koning, hij is de plaatselijke koninklijke gezant en staat in voor de totaliteit van de kunstwerken maar zijn persoonlijke inzet richt zicht volledig op de gestolen goederen uit Brugge, waar hij dan persoonlijk op toeziet. De groep van Balthazaar Ommegacnk, bestaat uit de volgende Komask-leden: Jean JacquesVan Hal en Pierre Van Regemorter (in deze groep zit ook de avonturier Charles Jean Stier , deze laatste is evenwel geen lid van Komask ). Ze vragen in de brief of Verdussen de RVB van de Academie en de RVB van Komask wil bijeenroepen om te bepalen waar de schilderijen, waarvan de oorspronkelijke verblijfplaats door de Fransen verwoest werd, moeten gestockeerd worden. Het idee om er een echt museum mee te maken bestaat reeds (het museum werd reeds, door Napoleon toegestaan in 1810) maar is op dat moment nog niet  geconcretiseerd.

briefverdussen

Zij schrijven enkele merkwaardige zaken:

A- ze hebben schrik om via Brussel te moeten rijden

“…in antwoord dienen wij u te  melden dat het volstrekt onmogelijk is de schilderijen via Vlaanderen te zenden vermits wij genoodzaakt zijn de route te volgen die genomen wordt voor de Hollandse schilderijen, hierdoor is het transport verzekerd door de militaire escorte. Die route gaat evenwel over Brussel…”

-uit de inhoud van de brief kan men afleiden dat Verdussen zelf verzocht om niet langs Brussel te rijden:

“…Het doet ons leed aan Uw Versoek niet te kunnen voldoen, mits ons geen andere route terug de militaire open is, bovendien sullen verpligt sijn , aangesien de hoogte der stukken, omwegen te maken voor de steden waer de selvede poorten niet passeren konnen,…”

-De schrik van de groep zal gegrond blijken vermits de totaliteit van de zending op het moment dat de karavaan de Brusselse stadspoorten binnenrijdt door het plaatselijk bestuur in beslag wordt genomen.

B- zij willen kunnen garanderen dat alles in Antwerpen zal geraken:

“…Tot nu toe is het plan dat de gehele commissie, benevens de gedeputeerde van de Stad Antwerpen (Van Hal) tesamen zal blijven om de schilderijen te vergezellen tot in Antwerpen. In het geval andere maatregelen zouden moeten genomen worden zal de heer Van Hal zich reeds naar Antwerpen begeven zoals u verzocht. Hoedanook zullen wij u steeds op de hoogte houden van het moment van vertrek en aankomst….”

C- Ze maken zich zorgen waar ze de schilderijen gaan moeten uitpakken en vragen nogmaals naar een museum:

“…Wij verzoeken u de burgemeester* te herinneren ons een lokaal aan te wijzen voor het museum en dit om verschillende redenen: belangrijk is een depot dat ineens voor het ontpakken en behandeling kan dienen…. “**

“…Verder na u gegroet te hebben, hebben wij de eer ons met alle achting te noemen

Uw onderdanigste dienaren,

Joseph-Denis Odevaere , Charles Jean Stier, Balthazar Ommeganck, Jean-J. Van Hal, Pierre Van Regemorter

P.S. Het verzoek de inhoud van ons schrijven aan de raad van Bestuur van de Academie en aan de Raad van Bestuur van het Genootschap tot Bevordering der Schone Kunsten*** (Komask) te willen voorleggen.”

*de burgemeester van de stad Antwerpen is op dat moment Phil. Jos Vermoelen en dit tot 1817 wanneer Florent Van Ertborn de sjaal overneemt

** de 27 kunstwerken die (wegens ontstentenis van de oorspronkelijke gebouwen waaraan ze toebehoorden) overbleven na restitutie van de andere werken waarvan de gebouwen nog wel intact waren werden vanaf 15 februari 1816 tentoongesteld in het Minderbroedersklooster (het gebouw huisvest nu de Koninklijke Academie voor Schone Kunsten)

*** De leden van Komask hebben allen (op Charles Jean Stier na vermits hij in het buitenland verblijft) een medaille gekregen van Willem I om hun heroïsch handelen bij het terughalen van de gestolen werken.

Tevens krijgt de totaliteit van de vereniging de titel “Koninklijk” als dankbetuiging van Willem I, vanaf dan heet deze “Koninklijke Maatschappij ter Aanmoediging van de Schone Kunsten”

 

Op 14 september 1817 verschijnt hierover de oorkonde: Willem I verleent

wijwillen-ned